Kortgeleden is de klok weer een uur achteruitgezet om de wintertijd in te luiden. De kleuren van de bomen en vallende bladeren zijn prachtig om te zien, maar zijn ook een teken van de komende donkere en gezellige dagen.

De oogst van eind augustus en van september is van het land gehaald en binnengehaald door de boer/teler, maar wat is het resultaat? Kwam alles droog binnen en waren de korrels klein of groot en wat is de kwaliteit?


Uw AKG-molenaar is natuurlijk afhankelijk van wat de natuur laat groeien, maar moet vertrouwen op de deskundigheid en vakmanschap van de boer om het hele jaar goede baktarwe, rogge, spelt, haver of gerst enz. te kunnen malen. De boer maakt nu in deze tijd gebruik van moderne – en technische apparatuur om te bepalen of de geoogste granen voldoen aan een goede kwaliteit voor de molenaar.

Wat ik van een oud molenaar vernam hoe vroeger de kwaliteit van de tarwe heel eenvoudig getest kon worden:
Neem enkele graankorreltjes in de mond en laat dat in de mond zacht worden totdat er een balletje deeg van gemaakt kan worden. Het is dan een soort kauwgom geworden. Nu, kinderen die kauwgom in de mond hadden, trokken met hun vingers dan wel eens draden van die kauwgom uit hun mond en propten dat naderhand weer in hun mond terug. Nu, met dat deegballetje (is veel eiwit) kan men ook draden uit trekken. Als die draden dan heel lang gemaakt kunnen worden zonder te breken, dan zijn de eiwitten heel goed en sterk en dan is dat graan goed om daarvan een brood te bakken. Breken die draden vrij snel en zijn ze erg kort dan is het graan alleen geschikt als veevoer.

Mocht u het niet meer weten hoe u aan de halm op het land tijdens het groeiseizoen de graansoort kunt herkennen dan vindt u hieronder de verschillende granen/zaden.

havergerstroggetarwe

Ezelsbruggetje: gerst heeft de langste haren, dan volgt rogge met kortere en heeft tarwe haast geen haren, terwijl haver het buitenbeentje van de familie is. Haver en dinkel of spelt moeten om te kunnen malen eerst gepeld worden en boekweit behoort niet tot de granen maar tot de familie van de duizendknopen.

Het begint natuurlijk met een vruchtbare grond die voldoende stikstof moet bevatten om tijdens de groei van het graan goede eiwitten te kunnen ontwikkelen in de korrel, want de hoeveelheid eiwit bepaalt de kwaliteit van de gluten in het meel en het skelet in het deeg tijdens het rijsproces zodat het een mooi brood wordt en niet inzakt. Vaak worden er vóór het zaaien planten op de akker gezaaid, die met hun wortels stikstof afgeven aan de bodem. Dat is nu al het geval nadat de oogst van het land gehaald is. 

Als er tijdens de oogst regen valt of zelfs als het graan op het land nog verder moet rijpen, dan heeft de boer een probleem:

  1. De graankorreltjes die nog aan de stengel zitten zijn in principe zaadjes en die zouden met regen al aan de stengel kunnen gaan ontkiemen (dat noemen ze schot) en als dat graan ontkiemt dan is het niet meer bruikbaar voor de molenaar en de boer kan dat graan dan alleen maar als veevoer verkopen.
  2. Dat vochtige graan zal de boer dan moeten gaan drogen totdat het een vochtigheidspercentage heeft van tussen de 11% en ongeveer 13% om dat graan tot de volgende oogst te kunnen opslaan zonder dat het gaat schimmelen.

Daarna moet het geoogste graan gereinigd worden van allerlei verontreinigingen die met het oogsten mee zijn gekomen, zoals aarde, te kleine korrels, metaaldelen, glas, allerlei overblijfselen van dieren etc.
Daarbij moet hij dat graan wel gedurende de opslag regelmatig beluchten en zorgen dat er geen ongedierte bij kan komen.
Als de basis dan goed is kan de molenaar met zijn vakkennis daar een prima volkorenmeel van maken. Om een kwalitatief goed product te kunnen leveren wordt het graan en het meel van alle AKG-molenaars jaarlijks gecontroleerd op een groot aantal onderdelen. (zie het schildembleem met logo aan de buitenkant van de AKG-molen én op de verpakking).
Dat wordt in een laboratorium gedaan en elk molenbedrijf krijgt daar persoonlijk een uitslag van met een uitleg wat er goed of minder goed aan is. Met tips kan de molenaar dan de minder goede zaken aanpassen of veranderen.

Uw AKG-molenaar is niet zomaar een molenaar, maar moet zowel van de boer als van de bakker alles weten om met zijn molenstenen een uitstekend meel te kunnen maken.