Nu het in ons kikkerlandje weer een beetje wintert en iedereen die daar interesse in heeft, mee kon genieten van onze schaatshelden en heldinnen in Milaan waar de Olympische winterspelen hebben plaats gevonden, heeft uw ambachtelijk molenaar ook met dit winterweer te maken. Hij of zij is niet alleen een professionele meelkunstenaar, maar ook een manusje van alles en van alle markten thuis. Het molenbedrijf staat of valt met zijn enige natuurlijke energiebron: wind- of waterkracht. En om die energie te kunnen gebruiken voor het aandrijven van de molenstenen moet de molenaar ook veel weten van de weersomstandigheden en hoe hij of zij daar het beste mee moet omgaan. Door de eeuwen heen kijkt de molenaar naar buiten/ de natuur (in Groningen heet een molenaar “een kiek in de wind”), die de molenaar signalen geeft waar op gelet moet worden en hem/haar ook van tevoren laat weten wat de molenaar in die gevallen moet doen. Laagvliegende zwaluwen geven vaak aan dat er regen komt en als ze hoog vliegen komt er mooi weer aan. Ook kan de wind in andere jaargetijden van richting veranderen en dat moet de molenaar wel weten door naar de lucht/de wolken te kijken én door op de barometer te kijken of hij stijgt of zakt. Verandert de windrichting bij westelijke winden naar rechts (dit heet ruimen) dan neemt de wind vaak in kracht toe en komen er regenbuien en daarna komen de opklaringen. Maar gaat de windrichting naar links (dit heet krimpen). Een oude uitdrukking van heel vroeger, waarin alleen mannen molenaar waren luidde:

“Krimpende winden en uitgaande vrouwen zijn niet te vertrouwen!” Gelukkig zijn de vrouwen nu geëmancipeerd, maar als die windrichting naar links verandert en het is wat broeierig weer in de zomer dan valt opeens de wind weg en kan dan ineens 180 graden draaien en dan blaast de wind achter tegen de zeilen en dan kunnen de wieken achteruit gaan draaien en tegelijkertijd zou er ook nog onweer bij kunnen komen. De molenaar moet dit aan zien komen en op tijd de zeilen weg halen en de stilstaande wiek onderaan aan de bliksemafleider hebben staan. Meestal na die onweersbui komt de wind uit dezelfde richting weer terug en kan de molenaar weer de zeilen voorleggen en verder met malen.
Als het echt wintert zit de wind veelal in de oostelijke hoek (een oostenwind is een wijze wind, want de wijzen komen uit het oosten!) en zijn de temperaturen rondom het vriespunt of er zelfs flink onder. Water bevriest dan op de straat maar ook rondom de molen of op de stelling/omloop en dan moet de molenaar wel op de been blijven ondanks dat er niet gestrooid wordt! Als het vochtig is geweest of als het gesneeuwd heeft dan zit vaak het waterrad vastgevroren en ook de opgerolde zeilen van de windmolen zitten dan vastgevroren. Met een houten hamer moet de windmolenaar in de wiek klimmen (ook glibberig en gevaarlijk) om de zeilen uit te kunnen rollen of op een watermolen het waterrad vrij te maken van sneeuw en ijs. Vaak heeft de watermolenaar met een stromende beek te maken die meestal niet zo snel zal bevriezen, maar het stilstaande rad zal toch wel met ijs vast zitten. Verder moeten de assen natuurlijk goed gesmeerd worden want het vet is meestal ook niet gemakkelijk smeerbaar. Tenslotte moet de windmolenaar de kap nog verzetten om de wind van voren op de wieken te kunnen krijgen. Hij of zij voelt dan waar de wind vandaan komt en kruit/ verzet dan met een lier of rad de kap in de goede richting (nog steeds in de sneeuw of op een gladde stelling). Als tijdens het malen de temperatuur rondom het vriespunt zakt en de zeilen zijn nat of vochtig, dan moet de molenaar de molen stil zetten om snel de zeilen te kunnen oprollen anders lukt dat niet meer want dan zijn de zeilen bevroren en niet meer op te rollen.
Als de wieken met sneeuw bedekt zijn en/of met ijs dan zijn de wieken maar ook een waterrad niet in evenwicht en kan er ook tijdens het draaien ijs of sneeuw uit vallen als het loslaat.
Een oostenwind is een landwind en heeft veel meer luchtmoleculen per vierkante centimeter dan een zeewind uit westelijke windrichtingen. Daarnaast is de winddruk zeer regelmatig en niet vlagerig. De molenstenen zingen dan (zo heet dat als hij goed maalt, dit klinkt als muziek in de oren van de molenaar) en de molenaar hoeft dan eigenlijk heel weinig te doen om de kwaliteit van het meel constant te houden.
Uw molenaar is dan ook een voortreffelijk weervoorspeller rondom zijn molen.








